Zilvervos

Ontstaan:

De Zilvervos is ontstaan omstreeks 1920 zowel in Engeland als in Duitsland. Men zag het als een imitatie van het edel pels dier de zilvervos.  Ze kwamen voor in nesten van Chinchilla’s. Betreffende Chinchilla’s hadden in verdekte vorm de Tan-factor. Door het rood van de Tan te vervangen door wit ontstond de Zilvervos. Het is een zeer interessant ras  omdat hier twee mutaties in een ras verenigt zijn, namelijk het tan-patroon als uitmonstering en de chinchilla-factor waardoor deze uitmonstering zilverwit is. Het is dus een Tan-konijn met de Chinchillafactor.. Ze vallen in de standaard onder groep 4-kleurpatroon/uitmonstering.

De Zilvervos is momenteel erkend in de kleuren: zwart, blauw en bruin. Bruin wordt slecht beperkt gefokt, de pelskwaliteit is fijner en er zijn problemen met de grondkleur aan de buik, deze moet blauw zijn, terwijl deze vaak sepiabruin is. Ook de snuiten zijn vaak onscherp en rijk. Vroeger waren er ook marterkleurige Zilvervossen, deze zijn in 1998 uit de standaard verdwenen omdat deze er haast niet meer waren en de kwaliteit te wensen over liet.

Huidige stand/populatie van de Zilvervos.

De Zilvervos heeft het moeilijk in ons land. Momenteel zijn er nog ongeveer 5 actieve fokkers die enkele of meerdere Zilvervossen houden voor de tentoonstellingen .De fok basis is dus iet breed. Op de meeste tentoonstellingen zien we geen Zilvervossen. Er zijn enkele regio’s waar deze prachtige dieren nog wel populair zijn zoals op de Veluwe, kop van Overijssel, Flevoland en Noord-Limburg. Op de 2 grote landelijke tentoonstellingen te Assen en Nieuwegein zitten ongeveer 10 Zilvervossen, terwijl op de tentoonstelling in Kampen meer dan 20 Zilvervossen aanwezig zijn.

Kwaliteit van de Zilvervos

Gemiddeld staat de kwaliteit van de Zilvervos op een goed niveau. Het is een ras waar qua exterieur het meeste over te schrijven valt. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat dit ras als lastig te beoordelen wordt ervaren, en op de juiste waarde is in te schatten, zonder onnodig streng te beoordelen met puntenaftrek.. Zoals eerder vermeld is het bij uitstek een pels ras. We verlangen nu een iets langere pels dan normaal, zeer dicht ingeplant met veel onderhaar.

De pels slaat bij het instrijken niet direct terug, maar neemt dankzij het zeer dicht onderhaar langzaam de natuurlijke ligging weer in. Het zeer dichte onderhaar is belangrijker dan de pelslengte en is een ras eigenschap. Dit is essentieel voor de Zilvervos.

Verder verlangen we een juiste uitmonstering. Hierin voldoen de meeste Zilvervossen. Een gesloten oogring niet te realiseren zonder toe te geven op andere onderdelen in de uitmonstering. Hoe meer oogringen des te meer meelsnuit(onscherpe neusbelijning), grote triangel en lichte borstkleur. Proberen een mix te krijgen in deze onderdelen van de uitmonstering zonder de pelskwaliteit uit het oog te verliezen is een uitdaging van elke Zilvervosfokker.

Het houden en fokken van Zilvervossen.

De Zilvervos is een plezierig konijn. Ze zijn over het algemeen erg rustig. Ze zijn niet kieskeurig in het voer en eten alle konijnen brok wat in de handel verkrijgbaar is. Een beetje groenvoer en hooi stellen ze zeer op prijs. Ze behoren tot de midden rassen, een hokgrote van 0,75m2 hebben ze minimaal nodig. De voedsters zijn meestal vlot drachtig te krijgen en krijgen tussen de 4 en 9 jongen. Deze kunnen ze goed groot brengen. Een nestje van 4 of 5 is het mooiste. De jongen groeien vlot en het ideale gewicht van 3,5-4kg is dan meestal ook geen probleem bij een volwassen dier. Alle jongen hebben bij de geboorte de Zilvervos uitmonstering (vroeger kwam nog wel eens een één kleurig dier voor). Met 4 tot 6 weken kan de 1e selectie plaatsvinden op ras gebonden eigenschappen. De enkele langharige (angora) die soms voorkomt in een nest kan met 6 weken weggedaan worden. De overige dieren kunnen al geselecteerd worden op achterbeenbelijning, neusbegrenzing en een fokker met enige ervaring kan met deze leeftijd ook al selecteren op de pelskwaliteit. De jongen die met 6 weken de beste zijn in pels zijn dit ook op latere leeftijd. Een 2e en eventuele 3e selectie vindt op latere leeftijd plaats op basis van type, bouw, oorlengte, pels, uitmonstering/kleur-dek/tussen/grondkleur-oogkleur-nagelkleur en vitaliteit.

De 7 posities.

Evenals de overige rassen worden de Zilvervossen gekeurd volgens de 7 posities van de standaard.

Positie 1. Gewicht.

Het gewicht is van 3.00 kg tot 4.00 kg. Ideaal 3.5 kg – 4 kg.

Positie 2. Type, bouw en stelling.

Typegroep 2- matig gestrekt. De bouw is breed in voor- en achterhand. Benen zijn kort en stevig. Stelling is middelhoog Een juiste stelling toont de aanwezige ras adel. Kop krachtig en breed in snuit, kaken en wangen. Oren stevig van structuur, lepelvormig en afgeronde oortoppen, goed behaart en V-vormig gedragen. Oorlengte 11-13cm, ideaal is 12cm. Geringe wam aanzet alleen bij overjarige vrouwelijke dieren toegestaan.

De Zilvervos is een echte “ligger” en stelt zich niet middelhoog. Een lage stelling was beter geweest, temeer omdat de benen kort moeten zijn. Tevens heeft de Zilvervos een iets ronde/scherpe rug(belijning), waardoor een middelhoge stelling ook niet mooi is bij een Zilvervos. .Van nature/type heeft de Zilvervos al moeite met een lage stelling. De ras adel komt het beste naar voren bij een lage stelling, zonder dat het dier ligt! Dus de Zilvervos moet wel op de voeten staan.

Positie 3. Pels.

De pels is iets langer dan normaal haar. De pels is zeer dicht ingeplant en slaat bij terug strijken niet direct terug, maar neemt dankzij het zeer rijke onderhaar langzaam de natuurlijke ligging weer in. Dit is een typische ras eigenschap. Het zeer rijke onderhaar is belangrijker dan de pelslengte

Dit zegt dus niets over de hoeveelheid onderhaar maar betekent dat er gemiddeld veel haren zitten op een vierkante cm. En daarom is de pels van de Zilvervos fijn en niet grof van structuur. Deze positie 3 veel belangrijker dan positie 4. Echter veel beoordelaars laten zich verleiden door positie 4 op de voorgrond te stellen. Bij het beoordelen van de pels is het de kunst om duidelijk onderscheidt te maken hoeveel onderhaar er aanwezig is bij een korte en een lange pels. Bij een lange pels lijkt het dat er minder onderhaar aanwezig is maar dit hoeft niet het geval te zijn. De deskundigheid van de beoordelaar is hier heel belangrijk om de juiste waarde aan de pels te geven. Onderhaar is duidelijk te voelen maar ook te zien bij het inblazen van de pels. De langere pels is vaak te herkennen op de wangen van de Zilvervos. Hier hangt en steekt de pels duidelijk iets uit. Een pels met veel onderhaar zal duidelijk minder glans vertonen dan een pels met weinig onderhaar. Dit komt omdat onderhaar geen glans geeft.

Onderhaar gaat voor pelslengte. Echter wanneer er geen voldoende pelslengte is, dan is duidelijk het typische raskenmerk van de Zilvervos verdwenen. M.i. gaat het één(onderhaar) niet voor de ander(pelslengte).

Positie 4. Kleurpatroon/uitmonstering

(bij de Zilvervos spreken we van uitmonstering)

(hieronder alleen die onderdelen beschreven welke te beïnvloeden zijn door selectie en elkaar onderling beïnvloeden)

De snuittekening/neusbegrenzing bevindt zich in de neusgaten en is scherp begrensd. Rondom de ogen loopt een witte ring, welke gesloten dient te zijn . De triangel is wit, strak begrensd en zo klein mogelijk . De twee binnenste tenen van de achtervoeten bevinden zich in het witte gedeelte. Op Flanken, schenkels, achterhand, borst en voorbenen bevinden zich lange uitstekende wit gepunte haren, de zogenaamde spitsen. De spitsen zijn regelmatig verdeeld. Een groot aantal  helder afstekende spitsen, verhoogt het aanzien van het dier. De spitsen zijn op ongeveer de onderste helft van de flanken, dijen en achterhand aanwezig . Dit is een zeer lastig onderdeel

Hoe meer oogringen, hoe groter de triangel, hoe onscherper de neus, hoe lichter de borst. Maar andersom geldt dit ook! Oogringen dienen gesloten te zijn. Dit is niet te realiseren bij de Zilvervos. (ik denk dat we beter kunnen spreken van oogomzoming dan oogring) De oogring zal bovenin altijd iets onderbroken zijn. M.i. dienen we te streven naar een gelijkmatige oogring/oogomzoming. Indien de oogring nadrukkelijk/breed aanwezig is dan zal de triangel aan de grote kant zijn en deze dient zo klein mogelijk te zijn. Tevens zal de snuit/neusbegrenzing onscherp zijn en in de meeste gevallen de borstkleur aan de lichte kant. Om een zo mooi mogelijke uitmonstering te krijgen is de oogring de minst belangrijke. Bij de Tan is de oogring iets gemakkelijker te verwezenlijken maar dit komt omdat de Tan een gekleurde borst heeft(Tan-kleur), deze heeft geen grondkleur aan de buik en relatief is de triangel bij de Tan veel groter. Deze verschillen zijn volgens mij van grote invloed op bijvoorbeeld de vorm van de oogringen.

De achterbeenbelijning dient geen probleem te zijn bij de Zilvervos, hierop is gemakkelijk te selecteren.

Een groot aantal spitsen verhoogd het aanzien van het dier. Wat is een groot aantal? De spitsen op de borst mogen niet meer dan 50% van de dekharen bevatten, anders wordt de borst te licht en dit is een lichte fout. Op de achterhand zijn de spitsen lager geplaatst ,zeker bij oudere dieren, en dieren welke nog iets in de verharing zijn. Een goede  maatstaf is dat op de achterhand de spitsen de hoogte moeten hebben gelijk aan de opgeslagen staart.

Positie 5. Dek- en Buikkleur.

De Zilvervos is erkend in de kleuren zwart, bruin en blauw. De dekkleur dient zo egaal mogelijk te zijn. De zwarte kleur komt het meeste voor en dan de blauwe. De bruine kleur komt sporadisch nog voor. In Duitsland zijn nog wel bruine Zilvervossen en een enkele fokker probeert met deze Duitse dieren in Nederland te exposeren. De Zilvervosuitmonstering is vaak aan de lichte kant. (lichte borst, onscherpe snuit) Qua type en bouw zijn deze dieren niet beter of slechter dan de Nederlandse Zilvervossen.  De blauwe kleur is moeilijk zuiver egaal te fokken. Op de achterhand komen met regelmaat foutief gekleurde haren voor. Dit zijn haren die aan de basis en uiteinde blauw zijn maar het middengedeelte van het haar is wit/licht. Alleen door strenge selectie zijn deze haren terug te dringen.

Positie 6. Tussen- en grondkleur.

Hoe dieper de hoofdkleur zich naar de haarbasis uitstrekt hoe beter.

Positie 7. Lichaamsconditie en verzorging.

Hierbij dezelfde voorwaarden als bij andere rassen.

Voor de zware en lichte fouten verwijs ik naar de standaard.

Tenslotte:

De Zilvervos is het mooiste ras in onze konijnenstandaard.

De Zilvervos is bij uitstek een PELSDIER.

De Zilvervos heeft momenteel weinig aanhang bij fokkers van konijnen. Ik heb hier geen verklaring voor hoe dit komt.

De Zilvervos is een prettig konijn om te houden en om mee te fokken.

De Zilvervos is misschien wel het moeilijkste ras voor keurmeesters om tot een juiste beoordeling/waardering te komen.

Het mag niet zo zijn dat bij de Zilvervos de volgende uitspraak geldt: Onbekend maakt onbemind.

 

Bekijk ook de omschrijving in de standaard